Conclusie
middelkeert zich tegen de vrijspraak van feit 1 subsidiair, de overtreding van art. 6 WVW Pro 1994. Geklaagd wordt dat het hof de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten doordat het verdachte heeft vrijgesproken van iets anders dan hem is ten laste gelegd, althans dat het oordeel van het hof van een onjuiste rechtsopvatting getuigt, althans dat dit oordeel niet zonder meer begrijpelijk is en/of onvoldoende is gemotiveerd.