Conclusie
Het middel
als verklaring van aangever [betrokkene]:
als getuigenverklaring van [getuige]:
De verdachte, ter terechtzitting ondervraagd, verklaart -zakelijk weergegeven- als volgt.
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte was veroordeeld voor meerdere feiten, waaronder bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht. De verdachte zou op 7 augustus 2012 te Veenendaal bedreigende woorden hebben geuit richting een beveiliger, waaronder uitingen als "Ik heb wel meer mensen bewerkt" en "Als ik iemand pak, dan pak ik jou".
De rechtbank en het hof achtten deze bedreigingen bewezen op basis van verklaringen van het slachtoffer en een getuige, vastgelegd in ambtelijke processen-verbaal. Verdachte en zijn raadsman voerden verweer dat de uitlatingen niet als bedreiging in de zin van de wet konden worden aangemerkt, maar het hof ging hier niet inhoudelijk op in.
De Hoge Raad oordeelt dat de bewezenverklaring onvoldoende is gemotiveerd omdat uit de bewijsmiddelen niet zonder meer kan worden afgeleid dat de bedreiging zodanig was dat bij het slachtoffer redelijke vrees voor zijn leven kon ontstaan. De gebruikte woorden zijn zonder bijkomende omstandigheden onvoldoende om te kwalificeren als bedreiging met een misdrijf tegen het leven. Het middel van cassatie is gegrond verklaard en het arrest van het hof wordt vernietigd voor dat onderdeel.
Voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om ambtshalve het arrest verder te vernietigen. De zaak wordt terugverwezen voor een passende beslissing omtrent het vernietigde onderdeel.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor het onderdeel bedreiging wegens onvoldoende motivering; het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen.