ECLI:NL:HR:2011:BQ3717
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende bewijs bedreiging met zware mishandeling
Op 20 februari 2009 bedreigde verdachte een medewerker van Albert Heijn in Den Haag met zware mishandeling door dreigend zijn arm op te heffen, zijn hand tot vuist te ballen en een stompende beweging te maken, terwijl hij de woorden 'Los laten' uitsprak. De bedreigde medewerker liet daarop een vrouw los die hij vasthield wegens vermoedelijke winkeldiefstal.
Het hof achtte de bedreiging bewezen op basis van verklaringen van de medewerker, een assistent-bedrijfsleider en de verdachte zelf. Het hof vond dat de bedreiging zodanig was dat bij het slachtoffer redelijke vrees kon ontstaan voor zwaar lichamelijk letsel.
De verdachte stelde cassatie in met het middel dat de bewezenverklaring niet uit de bewijsmiddelen volgt. De Hoge Raad herhaalt de vereisten voor een veroordeling wegens bedreiging met zware mishandeling, verwijzend naar eerdere jurisprudentie. De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof niet begrijpelijk is gelet op de bewijsmiddelen en vernietigt het arrest.
De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor een nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep. De Hoge Raad benadrukt dat de bedreiging van dien aard moet zijn dat bij het slachtoffer redelijke vrees voor zwaar lichamelijk letsel kan ontstaan.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende bewijs van bedreiging met zware mishandeling.