Conclusie
Inleiding
Versnelde niet-ontvankelijkheid
middelbevat de klacht dat de aanvullende bewijsoverweging van het Hof, voor zo ver het Hof heeft overwogen dat het niet anders kan dan dat verdachte wetenschap heeft gehad van de omstandigheid dat de verbalisant zich half in de auto van verdachte bevond en desondanks toch is gaan rijden, niet te verenigen is met hetgeen het Hof in de bewijsmiddelen heeft vastgesteld, te weten dat verdachte pas tijdens het rijden besefte dat de verbalisant in de deuropening van de auto hing. De klacht faalt reeds daarom, omdat het Hof ook tot het bewijs heeft gebezigd als verklaring van verdachte: “Ik wilde wegrijden, want we zouden niet uit de woordenwisseling komen. Verbalisant [verbalisant] hing in mijn deuropening.” Het middel kan klaarblijkelijk niet tot cassatie leiden.