Conclusie
1.De feiten en het procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
kanmaken; zij is daartoe niet verplicht. De rechtbank was niet gebonden aan enigerlei belofte. Art. 8a krijgt eerst dan betekenis indien de rechtbank van oordeel zou zijn dat slechts een voorwaardelijke machtiging in aanmerking komt en zij, gelet op het
petitumvan het door de officier van justitie ingediende verzoekschrift, geen ruimte zou hebben om een voorwaardelijke machtiging te verlenen. De in artikel 8a bedoelde situatie doet zich in deze zaak niet voor: de rechtbank heeft immers een (onvoorwaardelijke) voorlopige machtiging noodzakelijk geacht.