Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten
3.Het geding in feitelijke instanties
4.Het geding in cassatie
5.Enige opmerkingen vooraf
problematiekvan de autohandelaar en het keuringsstation precies hetzelfde is en dat de fiscaal-juridische behandeling ook – mutatis mutandis – precies hetzelfde zou moeten zijn (hetgeen ook kan betekenen dat de autohandelaar geen recht op aftrek moet hebben).
6.Aftrek en afnemer (eerste middel)
gebruikt voor de belaste handelingenvan een belastingplichtige, is deze gerechtigd in de lidstaat waar hij deze handelingen verricht, van het door hem verschuldigde belastingbedrag de volgende bedragen af te trekken:
voor hemheeft verricht;”
to himof goods or services, carried out or to be carried out by another taxable person;”
qui lui sont ou lui serontlivrés et pour les services
qui lui sont ou lui serontfournis par un autre assujetti; ”
die ihmvon einem anderen Steuerpflichtigen geliefert bzw. erbracht wurden oder werden;”
verkocht aan de belastingplichtigevoor exclusief gebruik in het kader van zijn beroepsactiviteit,
fysiek aan zijn werknemers zijn afgeleverd.“
op naam en voor rekening van Auto Lease’ [16] . Deze laatste vaststelling was in zoverre misleidend, dat ALH de kosten van de benzine niet zelf droeg: zij schoot die kosten slechts voor; de getankte benzine kwam uiteindelijk voor rekening van de lessees (zie punt 35 van het arrest ALH). Daarin zit het essentiële verschil tussen Intiem en ALH: Intiem kocht en betaalde de benzine, terwijl ALH niet kocht en de kosten slechts voorfinancierde: de brandstof werd gekocht [17] en (uiteindelijk) betaald door de lessees.
C-53/09 en C-55/09 (hierna: arrest LMUK) en het arrest van 20 juni 2013, Paul Newey, C-653/11 (hierna: arrest Newey).
LMUK overeenkomsten aangaat met de deelnemende leveranciers,krachtens welke LMUK, wanneer die leveranciers in ruil voor punten
getrouwheidsgeschenken leveren aan klanten, de leveranciers voor die punten een overeengekomen waarde betaalt.
Krachtens de overeenkomst tussen LMUK en elke deelnemende leveranciers, ontvangen de deelnemende leveranciers de betaling van LMUK dus slechts op voorwaarde dat zij getrouwheidsgeschenken aan de klanten leveren, (…)”
‘afnemer’ moet worden verstaan degene met wie de ondernemer een rechtsbetrekking is aangegaan ingevolge welke de ondernemer de levering verricht of de dienst verleent(…) Ingevolge artikel 15, lid 1, aanhef en letter a, van de Wet kan de ondernemer in aftrek brengen de omzetbelasting die door andere ondernemers ter zake van door hen aan de ondernemer (de afnemer in vorenstaande zin) verrichte leveringen en verleende diensten in rekening is gebracht (…).
ervoor moet worden gehouden dat degene aan wie door een ondernemer een factuur wordt uitgereikt waarin hij wordt genoemd als degene aan wie de in de factuur vermelde levering of dienst is verricht en waarin hij verplicht wordt te betalen, degene is aan wie de ondernemer zijn leveringen of diensten heeft verricht in de zin van artikel 15, lid 1, aanhef en letter a, van de Wet.”
7.Bua: relatiegeschenken of andere giften (tweede middel)
Immers, gelet op het hiervoor in 3.2 vermelde uitgangspunt van het Hof was het evenbedoelde handelen rechtstreeks gericht op het bevorderen van de afname van grondstoffen voor medicijnen door anderen dan de Stichting. Dit leidt tot de conclusie dat geen sprake is van relatiegeschenken in de zin van artikel 1, lid 2, van het BUA.