3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
Belanghebbende houdt zich bedrijfsmatig bezig met de handel in door haar versneden en verpakte groenten. Haar bedrijfsactiviteiten voert zij uit in het bedrijfscomplex gelegen aan de a-straat 1 te Z. Vanwege de toename van de afzet heeft belanghebbende haar bedrijf uitgebreid door middel van nieuwbouw, waartoe het ter plaatse vigerende bestemmingsplan diende te worden gewijzigd.
Een in eerste instantie voor die nieuwbouw in anticipatie op de bestemmingsplanwijziging aan belanghebbende verleende bouwvergunning is door de Voorzitter van de Afdeling rechtspraak van Raad van State op verzoek van met name een aantal bewoners van de a-straat op 26 juni 1991 geschorst.
Op 10 juni 1991, aangevuld op 11 november 1992, heeft de gemeente Z (hierna: de gemeente) een overeenkomst gesloten met belanghebbende en een vijftal andere bedrijven met betrekking tot een herziening van de bestemmingsplannen, meer in het bijzonder met betrekking tot de reconstructie van de a-straat op kosten van de betrokken bedrijven. Overeengekomen werd dat de gemeente zo spoedig mogelijk, na herziening van bestemmingsplannen, de reconstructie van de weg zou realiseren, en dat de bedrijven ieder apart zouden worden gefactureerd voor hun bijdrage. De benodigde infrastructurele aanpassingen mogen volgens de toelichting op het bestemmingsplan “a-straat e.o.” niet ten laste komen van de Z-se gemeenschap.
Op 4 november 1994 heeft belanghebbende met een bewonersgroep een overeenkomst gesloten om de problemen inzake de geplande nieuwbouw en de daarmee gemoeide reconstructie van de a-straat op te lossen.
Op 4 januari 1995 heeft de gemeente de door belanghebbende aangevraagde bouwvergunning verleend.
De gemeente heeft de reconstructie van de a-straat openbaar aanbesteed. Op het proces-verbaal van de inschrijvingen komt C B.V. als eerste voor.
Op 26 september 1996 heeft de gemeente met zes bedrijven, waaronder belanghebbende, een nadere overeenkomst gesloten inzake de reconstructie van de a-straat, welke ertoe strekt dat belanghebbende zelf de werkzaamheden aanbesteedt.
Bij brief van 7 oktober 1996 heeft belanghebbende C B.V. opgedragen de werkzaamheden uit te voeren waarvoor dat bedrijf zich bij de aanbesteding had ingeschreven. Daarbij werd te kennen gegeven dat de directie zal worden gevoerd door Openbare Werken Z en dat rekeningen vóór betaling door de directie moeten worden gefiatteerd. De werkzaamheden dienden conform het bestek en in overleg met de afdeling Civieltechniek te worden uitgevoerd.
Bij brief van 14 oktober 1996 heeft de gemeente zich tegenover C B.V. garant gesteld voor de aannemingssom en het door de directie geaccordeerde meer- en minderwerk als ware de gemeente opdrachtgever.
In december 1996 heeft C B.V. aan belanghebbende voor de gedeeltelijke uitvoering van de overeengekomen werkzaamheden ter reconstructie van de a-straat tot een totaalbedrag van ƒ 321.480 gefactureerd; de op de desbetreffende facturen vermelde omzetbelasting bedraagt in totaal ƒ 47.880.
Bij de bestreden beschikking heeft de Inspecteur het verzoek om teruggaaf van dit bedrag geweigerd, daarbij zich op het standpunt stellende dat niet belanghebbende, maar de gemeente de afnemer is van de prestaties in kwestie.