Conclusie
eerste, het
tweedeen het
derdemiddel komen (gezien de daarop gegeven toelichting) op tegen ‘s Hofs verwerping van namens verdachte gevoerde verweren, strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging van verdachte.
“Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
Bewijsuitsluiting
vierdemiddel komt gezien de daarop gegeven toelichting op tegen het oordeel van het Hof dat het handelen van verdachte een misdrijf in de zin van art. 240b Sr oplevert, omdat dit nooit de bedoeling van de wetgever kan zijn geweest. Gezien de aan het middel ten grondslag liggende casuïstiek zal ik het middel wat uitvoeriger bespreken. Daartoe allereerst een schets van de zaak aan de hand van citaten uit de bestreden uitspraak.