ECLI:NL:PHR:2014:1964

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
9 september 2014
Publicatiedatum
11 november 2014
Zaaknummer
13/04649
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens onherstelbaar vormverzuim

Het cassatieberoep van verdachte betreft een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De Hoge Raad verwijst naar een eerdere uitspraak van 3 juli 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BV1800), waarin is vastgesteld dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim. Dit vormverzuim is in cassatie niet bestreden, waardoor de Hoge Raad bij de verdere beoordeling in cassatie van dit verzuim uitgaat.

Het middel dat een andere opvatting bepleit, wordt verworpen omdat het niet kan leiden tot cassatie. Op grond hiervan concludeert de Procureur-Generaal dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard op grond van artikel 80a van het Wetboek van Strafvordering.

Deze zaak is verbonden met een andere zaak onder nummer 13/04769, waarin eveneens een conclusie is uitgebracht. De Hoge Raad bevestigt hiermee de strikte toepassing van vormvereisten in cassatieprocedures en het belang van het tijdig en adequaat aanvechten van vormverzuimen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onherstelbaar vormverzuim.

Conclusie

Nr. 13/04649
Zitting: 9 september 2014
Mr. Knigge
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. [1]
2. De bestreden uitspraak is het vervolg van HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1800, waarin de Hoge Raad overwoog dat het oordeel van het Hof dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in cassatie niet is bestreden, zodat daarvan “in het vervolg” moet worden uitgegaan. Met dat “vervolg” doelde de Hoge Raad op de verdere beoordeling in cassatie, en niet op de procedure na verwijzing. Het middel, dat op een andere opvatting berust, faalt derhalve. Het voorgaande betekent dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk wordt verklaard.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG

Voetnoten

1.Deze zaak hangt samen met de zaak onder nummer 13/04769 waarin ik vandaag eveneens concludeer.