Conclusie
“handelingen plegen ter voorbereiding van een inlichting en/of een voorwerp als bedoeld in artikel 98 van Pro het Wetboek van Strafrecht zonder daartoe gerechtigd te zijn opzettelijk verstrekken aan en/of ter beschikking stellen van een buitenlandse mogendheid, terwijl hij weet dat het een zodanige inlichting betreft”en 2.
“opzettelijk een voorwerp als bedoeld in artikel 98 van Pro het Wetboek van Strafrecht, zonder daartoe gerechtigd te zijn, onder zich houden”veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren. Voorts bevat het arrest enkele bijkomende beslissingen.
eerste middelklaagt over de verwerping van het verweer strekkende tot bewijsuitsluiting van (een kopie van) een onder een Russische diplomaat inbeslaggenomen document. Aangevoerd wordt dat het hof een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd, alsmede dat het een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ontoereikend heeft weerlegd.
11.1.3 De rechtmatigheid van het bewijs
United States of America v. Iranis ter voorkoming van een misdrijf de tijdelijke aanhouding van een diplomaat toegestaan. [3] Het oordeel van het hof dat daarvan in de onderhavige situatie sprake was acht ik, in weerwil van het middel, niet onbegrijpelijk. Met de aanhouding van de Russische diplomaat en de inbeslagneming van zijn schrijfmap is weliswaar inbreuk gemaakt op de onschendbaarheid van de diplomaat en zijn papieren, deze inbreuk wordt gerechtvaardigd doordat zich mogelijk staatsgeheime informatie in de schrijfmap bevond. Een dergelijke rechtvaardiging ontbreekt evenwel voor het kopiëren van een A4tje uit die schrijfmap en het voegen hiervan (met het oog op bewijsgebruik) in het strafdossier van de strafzaak tegen de verdachte. Daarmee is art. 30, tweede lid, van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer 1961 met voeten getreden.
derde middelklaagt over de afwijzing van het verzoek van de verdediging om de Russische diplomaat [getuige 1] als getuige op te roepen.
tweede middelklaagt dat art. 6, eerste en derde lid, EVRM is geschonden “doordat het hof heeft overwogen dat requirant alle ruimte heeft gekregen om onderzoeksresultaten en de visie van het openbaar ministerie te betwisten, terwijl het hof ontoereikend het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging heeft weerlegd dat genoemde ‘betwistingsmogelijkheden’ niet kunnen gelden als voldoende effectieve compenserende maatregelen in de zin van art. 6 EVRM Pro”.
NJ2012/649, m.nt. Schalken (Vidgen tegen Nederland), alsmede op rechtspraak van Hoge Raad terzake. [6]
vierde middelklaagt dat het hof ten onrechte voor het bewijs heeft gebezigd het proces-verbaal betreffende het uitluisteren van geluidsopnames, terwijl daarin circa elf citaten voorkomen die ontlastend zijn c.q. contra-indicaties vormen voor een bewezenverklaring van feit 1.
“Ja, ja, ja, ik heb het zelf gepakt (...) ik heb het in verschillende dozen gedaan, en ik heb ervoor gezorgd dat ik (...) en je kunt niet zien wat er in zit, ik heb het nogal slim gedaan denk ik”.En:
“het is allemaal ingepakt, dus we moeten de container traceren (...) en het duurt een paar dagen voor mij om alle informatie te vinden (...) verschillende dozen, tenminste een paar dagen”.”
vijfde middelbehelst twee klachten. Ten eerste klaagt het over de motivering van de bewezenverklaring, in het bijzonder ten aanzien van de bewezenverklaring van “een inlichting dan wel een voorwerp waarvan geheimhouding door het belang van de staat of van zijn bondgenoten wordt geboden”. Ten tweede klaagt het over de verwerping van een verweer.
F-16 Capabilities
Air - air weapons employment
2.vl ACM (contract & comm.)
TOP MLU (...) test
verontschuldigbare onbewustheid ten aanzien van de ongeoorloofdheid van de hem verweten gedraging. [10] Daarbij geldt dat degene die zich in het maatschappelijk verkeer begeeft, zichzelf adequaat op de hoogte moet stellen van de geldende regeling en daartoe het nodige initiatief moet ontplooien. [11] Dat in aanmerking genomen, komt ’s hof oordeel zoals hierboven weergegeven mij niet onbegrijpelijk voor. In dat oordeel heeft het hof immers tot uitdrukking gebracht dat zelfs ten aanzien van de documenten die niet van rubricering waren voorzien het voor een ieder, en dus zeker voor een voormalige F-16 piloot, kenbaar was dat zij gerubriceerde informatie bevatten.