ECLI:NL:PHR:2014:1934
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voorbedachte rade bij poging tot moord ondanks betoog ogenblikkelijke gemoedsopwelling
In deze zaak stond de vraag centraal of verdachte met voorbedachte rade handelde bij de poging tot moord op zijn echtgenote. De verdediging stelde dat verdachte in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling had gehandeld, zonder kalm beraad en rustig overleg.
Het hof oordeelde echter dat tussen het ontstaan van de ruzie en het delict bijna tweeënhalf uur lag, waarin verdachte diverse voorbereidingen trof, zoals het geven van opdrachten aan vrienden, het sturen van sms-berichten over zijn voornemen en het ophalen van een vuurwapen. Deze gedragingen wezen volgens het hof op voldoende gelegenheid tot beraad.
Het hof verwierp het verweer van ogenblikkelijke gemoedsopwelling en stelde vast dat verdachte zich bewust was van zijn daad en de gevolgen daarvan. De Hoge Raad volgde dit oordeel en verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk omdat het middel klaarblijkelijk geen kans van slagen had. Hiermee bleef de veroordeling wegens poging tot moord, poging tot doodslag en verboden vuurwapenbezit in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de veroordeling wegens poging tot moord blijft in stand.