Conclusie
1.V.O.C. Beheer B.V.
[eiser 2]
binnen acht dagen na hedengaaf en onvoorwaardelijk schriftelijk te verklaren dat de verplichtingen uit hoofde van de tot stand gekomen overeenkomst zullen worden nagekomen en dat uiterlijk op 31 december 2008 de onroerende zaak in zijn geheel zal worden afgenomen en dat de gehele koopprijs zal worden voldaan bij gebreke waarvan uw cliënte(n) in verzuim zullen geraken. "
binnen 24 uur na hedenbij gebreke waarvan betrokkenen ervan uit gaan dat de levering doorgang zal vinden."
2.Procesverloop
3.Bespreking van het middel
subonderdeel 2.1bevat geen klacht).
subonderdelen 2.2 en 2.3is, kort gezegd, het oordeel dat DMA op 27 november 2008 (en a fortiori op het tijdstip waarop de lastgeving tot stand kwam) niet wist of behoorde te weten dat Tido de koopovereenkomst niet zou kunnen nakomen onjuist en onbegrijpelijk. Uit rov. 4.5 blijkt dat op 27 november 2008 al vast stond - ook voor DMA, die dit immers reeds op 3 november 2008 aan VOC c.s. had medegedeeld - dat levering op de overeengekomen datum van 31 december 2008 niet zou worden gehaald.
subonderdeel 2.6dat het hof van oordeel is geweest dat VOC c.s. door het aanwijzen van Tido als (in ieder geval tijdelijk) niet solvabele koper niet wezenlijk in haar belangen is geschaad. Subonderdeel 2.6 betoogt dat dit wel degelijk het geval was. Het subonderdeel dient m.i. te falen.
Tidoniet (tijdig) kon afnemen, faalt het eveneens. Het hof heeft een dergelijk feitelijk verband met specifiek Tido niet vastgesteld (ook DMA had de financiering niet rond) en het middel verwijst niet naar (vindplaatsen in de) stukken van het geding in feitelijke instanties waarin VOC c.s. een dergelijke verband zouden hebben aangevoerd.
subonderdelen 3.1 en 3.2is het hof niet ingegaan op de essentiële stellingen van VOC c.s. in hun toelichting bij grief III over de bestuurdersaansprakelijkheid van DMA, dat:
groepsfinanciering, heeft het hof niet geoordeeld. Over de grootte van de kans ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst dat een financiering rond zou komen, heeft het hof zich evenmin uitgelaten. [20] Voor zover in de stellingen waarop de subonderdelen 3.1 en 3.2 wijzen de stelling besloten ligt dat ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst DMA wist of moest weten dat
Tido alleengeen financiering zou krijgen, heeft het hof daarop afdoende gereageerd met zijn overwegingen over de groepsfinanciering. [21]
subonderdelen 3.2 (stelling d) en 3.5.
subonderdeel 3.4is voor het aannemen van bestuurdersaansprakelijkheid wel degelijk van belang dat DMA als bestuurder van Tido geen financieringsaanvraag heeft ingediend, omdat daarmee is bewerkstelligd dat Tido zelfs maar de eerste stap in de richting van het verkrijgen van een financiering niet heeft gezet.