ECLI:NL:PHR:2014:1818
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieverzoek tegen wrakingsbeslissing Regionaal Tuchtcollege Gezondheidszorg
Verzoeker, werkzaam in loondienst, diende een klacht in bij het Regionaal Tuchtcollege Gezondheidszorg (RTG) tegen twee bedrijfsartsen over arbeidsongeschiktheid door ziekte. Tijdens de procedure wendde verzoeker zich tot het RTG met twee wrakingsverzoeken tegen de secretarissen, die door het RTG niet-ontvankelijk werden verklaard. Vervolgens richtte verzoeker zich tot de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State met een verzoek tot vernietiging van deze beslissing, maar deze verklaarde zich onbevoegd.
Daarna stelde verzoeker een cassatieverzoek in bij de Hoge Raad. De procureur-generaal weigerde echter in cassatie te gaan in het belang der wet, waarna het verzoekschrift werd doorgezonden aan de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelt dat op grond van artikel 515 lid 5 Sv Pro tegen een beslissing op een wrakingsverzoek geen rechtsmiddel openstaat, zodat het cassatieverzoek niet-ontvankelijk is.
Verzoekers beroep op artikel 75 Wet Pro BIG voor cassatie in het belang der wet wordt verworpen omdat dit alleen door de procureur-generaal kan worden ingesteld en geen wijziging van de rechtstoestand van partijen bewerkstelligt. De Hoge Raad wijst verzoeker op de mogelijkheid van hoger beroep bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. De conclusie is dat het cassatieverzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Uitkomst: Het cassatieverzoek tegen de wrakingsbeslissing van het Regionaal Tuchtcollege Gezondheidszorg wordt niet-ontvankelijk verklaard.