ECLI:NL:PHR:2014:1767
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over bewijsaanbod en stelplicht in civiele vordering onbetaalde facturen
Het geschil betreft onbetaald gelaten facturen ter waarde van €51.146,53 tussen eiseres en verweerster, waarbij verweerster ontkent opdracht te hebben gegeven en de werkzaamheden betwist. De rechtbank en het hof wezen de vorderingen af wegens onvoldoende stelplicht van eiseres. Het hof oordeelde dat de vele stukken onvoldoende duidelijkheid boden en dat eiseres onvoldoende kenbaar en specifiek had gesteld waarop haar vordering was gebaseerd.
Eiseres voerde in cassatie meerdere middelen aan, waaronder dat het hof ten onrechte haar algemene en bijlagenrijke grief niet als processtuk had erkend en dat het bewijsaanbod onvoldoende werd gewaardeerd. De advocaat-generaal constateert dat het hof terecht het belang van ordentelijke procesvoering en het beginsel van hoor en wederhoor heeft benadrukt, en dat het hof zijn feitenbeoordeling voldoende heeft gemotiveerd.
Wel oordeelt de advocaat-generaal dat het hof onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat eiseres geen voldoende specifiek bewijsaanbod had gedaan omtrent de schuldverhouding over een voorgeschoten successieaanslag, mede gezien het overgelegde getuigenbewijs. Dit leidt tot vernietiging van het arrest en terugwijzing voor nieuwe beoordeling. Andere klachten worden verworpen. Het incidentele cassatieberoep van verweerster slaagt niet omdat de voorwaarde voor behandeling niet is vervuld.
De conclusie benadrukt het belang van duidelijke, kenbare processtukken en het onderscheid tussen processtukken en bijlagen, en bevestigt dat de feitenrechter een ruime beoordelingsvrijheid heeft in de waardering van bewijs en geloofwaardigheid.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd vanwege onbegrijpelijke bewijswaardering en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.