Conclusie
eerste,
tweedeen
derde middelklagen dat het hof de bewezen verklaarde gedragingen ten onrechte heeft gekwalificeerd als ‘roekeloos handelen’, en kunnen daarom gezamenlijk worden besproken. In de toelichting op de middelen worden feiten en omstandigheden opgevoerd die het hof buiten beschouwing heeft gelaten waardoor zijn oordeel onbegrijpelijk zou zijn. Deze feiten en omstandigheden komen er in de kern op neer dat het vuurwapen ‘op de veiligheid stond’ en dat de verdachte en het latere slachtoffer voorafgaande aan het dodelijke schot meerdere keren het vuurwapen op elkaar hadden gericht en de trekker hadden overgehaald.
vierde middelklaagt dat het hof ten onrechte het verzoek heeft afgewezen naar het wapen te baggeren in verband met het verweer van de verdachte dat het wapen ‘op de veiligheid stond en geheel onverwachts van deze veiligheid is afgegaan’. Uiteindelijk wordt in de toelichting op het middel geklaagd dat het hof ‘zelfs geen expliciete beslissing’ heeft genomen. Inderdaad is in het arrest en in het proces-verbaal geen beslissing opgenomen van het hof inzake een verzoek om naar het vuurwapen te baggeren.
vijfde middelklaagt dat het hof de opgelegde straf ontoereikend heeft gemotiveerd in het licht van de in eerste aanleg opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee jaren en zes maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.