Conclusie
eerste middelklaagt dat het oordeel van het hof dat verdachte heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf als bedoeld in art. 11, derde lid, Ow blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, althans onbegrijpelijk is. Aangevoerd wordt dat de vereiste stelselmatigheid en duurzaamheid van de hennepkwekerij ontbreekt, omdat de kwekerij zich bevond in de voorbereidingsfase van de beoogde economische activiteiten.
derde middelklaagt over overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase. Het cassatieberoep is ingesteld op 11 juni 2012 en het dossier is pas op 4 december 2013 ter griffie van de Hoge Raad ontvangen.