Conclusie
middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte de “dagvaarding” voor de terechtzitting in hoger beroep [2] niet nietig heeft verklaard, nu die “dagvaarding” niet op het juiste adres is uitgebracht.
Parket bij de Hoge Raad
Betrokkene werd door het hof niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen een ontnemingsmaatregel wegens het niet indienen van grieven en het niet verschijnen op de terechtzitting. Het hof baseerde zijn oordeel op de vermelding in de ID-staat SKDB dat betrokkene op het adres in Delft stond ingeschreven, waarop de oproeping was gericht.
Echter, uit een recent uittreksel van de basisadministratie en moderne GBA-uitdraaien bleek dat betrokkene sinds december 2011 stond ingeschreven op een ander adres in ’s-Gravenhage. Dit leidde tot het ernstige vermoeden dat de oproeping niet rechtsgeldig was betekend, omdat deze op het verkeerde adres was aangeboden.
De Hoge Raad oordeelt dat de mGBA-uitdraai, als meest actuele en betrouwbare bron, prevaleert boven de ID-staat SKDB. Hierdoor berust het oordeel van het hof op een onjuiste feitelijke grondslag. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verklaart de oproeping in hoger beroep nietig, zonder zelf inhoudelijk te oordelen over de zaak.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verklaart de oproeping in hoger beroep nietig wegens onjuiste adresvermelding.