ECLI:NL:PHR:2013:CA2555
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over recht op advocaat bij niet-aangehouden verdachte in hennepkwekerijzaak
In deze zaak stond de vraag centraal of een verklaring van een niet-aangehouden verdachte zonder voorafgaande raadpleging van een advocaat uitgesloten moet worden van het bewijs. De verdachte werd verdacht van het bezit van een hennepkwekerij in zijn gehuurde woning. Na een melding van stankoverlast werd de kwekerij ontmanteld en werd verdachte op het politiebureau gehoord zonder dat hij was aangehouden of op zijn recht op advocaat werd gewezen.
Het hof had geoordeeld dat de verklaring uitgesloten moest worden omdat verdachte niet was gewezen op zijn recht op advocaat, mede omdat aanhouding voorafgaand aan het verhoor mogelijk was geweest. De Hoge Raad stelt dat de regel uit de Salduz-jurisprudentie die advocaatbijstand vereist bij aangehouden verdachten niet zonder meer geldt voor niet-aangehouden verdachten.
De Hoge Raad overweegt dat bijzondere omstandigheden nodig zijn om de Salduz-regel ook op niet-aangehouden verdachten toe te passen, en dat die hier niet aanwezig zijn. De verdachte was vrijwillig op het politiebureau verschenen, wist niet waarom hij moest komen, maar zijn bewegingsvrijheid was niet beperkt. Na het geven van de cautie kon hij het gesprek beëindigen. Daarom was het oordeel van het hof onjuist en wordt het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug vanwege onjuiste toepassing van het recht op advocaatbijstand bij een niet-aangehouden verdachte.