ECLI:NL:PHR:2013:CA2547
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende bewijs voor betrokkenheid verdachte bij diefstal en belemmering opsporingsambtenaar
De verdachte werd door het hof Amsterdam veroordeeld wegens diefstal van een ladder, gepleegd in vereniging met anderen, en het opzettelijk belemmeren van een opsporingsambtenaar bij de uitvoering van een wettelijk voorschrift. De tenlastelegging betrof het wegnemen van een ladder op 4 november 2008 en het belemmeren van politieonderzoek door niet mee te werken aan het maken van politiefoto's en het nemen van vingerafdrukken.
De bewezenverklaring steunde op verklaringen van de aangever, verbalisanten en een getuige die de diefstal en het gedrag van de verdachte beschreef. Het hof concludeerde dat de ladder door twee of meer verenigde personen was gestolen en dat de verdachte zich verzette tegen het politieonderzoek.
De verdediging stelde onder meer dat het hof de grondslag van de tenlastelegging had verlaten en dat uit de bewijsmiddelen niet kon worden afgeleid dat de verdachte daadwerkelijk betrokken was bij de diefstal en het belemmeren van de opsporingsambtenaar. De Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaring voor het eerste feit met herstel van een kennelijke misslag gelezen kon worden, maar dat uit de bewijsmiddelen niet kon worden afgeleid dat de verdachte de persoon was die de ladder stal en het politieonderzoek belemmerde.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe behandeling. De overige middelen faalden, en er werden geen ambtshalve gronden voor vernietiging gevonden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling wegens onvoldoende bewijs voor betrokkenheid van de verdachte.