ECLI:NL:PHR:2013:BZ8782
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring huwelijk wegens wilsbekwaamheid en kwade trouw echtgenoot
De zaak betreft de nietigverklaring van een huwelijk gesloten op 1 juli 2008 tussen een vrouw met vermoedelijke Alzheimer en haar achterneef. Het Openbaar Ministerie verzocht de rechtbank het huwelijk nietig te verklaren wegens stoornis in de geestvermogens van de vrouw, die daardoor niet in staat was haar wil te bepalen of de betekenis van haar verklaring te begrijpen. Psychiatrische en geriatrische deskundigen bevestigden deze stoornis met een diagnose Alzheimer.
De rechtbank stelde vast dat het huwelijk een complexe beslissing is met grote gevolgen op fiscaal en erfrechtelijk gebied, en oordeelde dat de vrouw niet wilsbekwaam was ten tijde van het huwelijk. Tevens werd geoordeeld dat de man niet te goeder trouw was, omdat hij de cognitieve beperkingen van de vrouw had moeten opmerken. Het hof bekrachtigde dit oordeel na hoger beroep.
De man stelde in cassatie onder meer dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom hij niet te goeder trouw zou zijn, en dat hij onvoldoende gelegenheid had gekregen tot tegenbewijs. De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn oordeel voldoende had gemotiveerd, dat het oordeel over wilsbekwaamheid een feitenkwestie is die niet in cassatie wordt getoetst, en dat het aanbod tot tegenbewijs niet als zodanig was aangemerkt. De cassatie werd verworpen en het vonnis van nietigverklaring met kwade trouw van de man bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de nietigverklaring van het huwelijk wegens wilsbekwaamheid en kwade trouw van de man.