ECLI:NL:PHR:2013:BZ5356
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bewijslastverdeling bij beroepsaansprakelijkheid makelaar in aankoop woonruimte
In deze zaak vorderen [verweerder] c.s. schadevergoeding van [eiser], een makelaar, wegens tekortschieten in zijn zorgplicht bij de aankoop van een appartementsrecht in Amsterdam. De kern van het geschil betreft de vraag of [eiser] zijn opdrachtgever tijdig had moeten adviseren een bouwkundig onderzoek te laten uitvoeren vanwege vochtproblemen en lekkage in het souterrain.
Het hof had geoordeeld dat op [eiser] de bewijslast rustte om aan te tonen dat hij zijn zorgplicht had nageleefd door na de bezichtiging op 2 april 2007 te adviseren niet mee te werken aan de overdracht totdat alle opleverpunten waren verholpen. De Hoge Raad stelt dat dit oordeel onjuist is, omdat een dergelijke stelling een gemotiveerde betwisting is en geen bevrijdend verweer, waardoor de bewijslast niet op [eiser] rust.
De Hoge Raad bevestigt dat de hoofdregel van art. 150 Rv Pro geldt: de partij die een tekortkoming stelt, draagt de bewijslast daarvan. Het hof had onvoldoende gemotiveerd waarom het van deze hoofdregel zou afwijken. Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het hof tussentijds cassatieberoep terecht had opengesteld, maar de Hoge Raad bespreekt het middel inhoudelijk uit oogpunt van rechtsbescherming.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onjuiste bewijslastverdeling door het hof.