ECLI:NL:HR:2013:BY6100
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen tussenbeschikking bevestigd
In deze zaak heeft de man, wonende te een woonplaats, cassatieberoep ingesteld tegen een tussenbeschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage. De vrouw, woonachtig in Spanje, heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De Hoge Raad verwijst naar eerdere beschikkingen van de rechtbank en het gerechtshof in deze procedure.
De kern van het geschil betreft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep tegen een tussenbeschikking. Volgens artikel 426 lid 4 in Pro verbinding met artikel 401a lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is tussentijds cassatieberoep tegen een tussenbeschikking uitgesloten, tenzij de rechter anders bepaalt. In dit geval is niet gebleken dat de rechter een uitzondering heeft gemaakt.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat de man niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep. De Hoge Raad volgt dit advies en verklaart de man niet-ontvankelijk. De beschikking is uitgesproken door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Loth en Snijders op 1 maart 2013.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep tegen de tussenbeschikking.