ECLI:NL:PHR:2013:BZ4474
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling bestuurder speedboot voor dood en zwaar letsel door roekeloos varen onder invloed
De verdachte werd door het gerechtshof Leeuwarden veroordeeld voor medeplegen van het veroorzaken van de dood van een opvarende en zwaar lichamelijk letsel van een andere opvarende, door roekeloos varen met een speedboot onder invloed van alcohol op het Prinses Margrietkanaal. Het hof stelde vast dat verdachte en zijn mededader met hoge snelheid en onder invloed van alcohol voeren, waarbij zij een binnenvaartschip inhaalden en onvoldoende op het tegemoetkomend verkeer lette, wat leidde tot een aanvaring.
De discussie in cassatie betrof onder meer de vraag of verdachte als bestuurder van de speedboot kon worden aangemerkt. Het hof oordeelde dat het begrip bestuurder in het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) moet worden uitgelegd als degene die feitelijk de koers en snelheid bepaalt, ook al is dat niet volledig zelfstandig. Verdachte had het stuur vastgehouden en de vaarrichting beïnvloed, waardoor hij als bestuurder kon worden aangemerkt.
Verder was er discussie over de rechtmatigheid van het bloedonderzoek. Het hof had vastgesteld dat het onderzoek niet volledig volgens de wettelijke waarborgen was uitgevoerd, zoals het niet eerst vragen om ademlucht te blazen en het ontbreken van toestemming voor bloedafname. Desondanks oordeelde het hof dat deze vormverzuimen geen bewijsuitsluiting rechtvaardigden omdat de betrouwbaarheid van het onderzoek niet was aangetast en verdachte geen nadeel had ondervonden.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven over het begrip bestuurder en de toepassing van het BPR. Ook wordt het oordeel van het hof over de vormverzuimen en het bewijsrechtelijk gevolg daarvan niet onbegrijpelijk geacht. Wel is erkend dat de redelijke termijn is overschreden, wat strafvermindering rechtvaardigt. De conclusie strekt tot vernietiging van de strafoplegging en vermindering van de straf, met verwerping van het cassatieberoep voor het overige.
Uitkomst: De veroordeling blijft in stand, maar de strafoplegging wordt vernietigd en verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.