ECLI:NL:PHR:2013:BZ1466
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Wijziging kinderalimentatie bij opvolgend huwelijk en draagkrachtverdeling over stiefkinderen
Partijen zijn in 1991 gehuwd en hebben twee kinderen. Na echtscheiding is in een convenant kinderalimentatie vastgesteld, inclusief een bepaling (art. 2.7) dat de man de alimentatie blijft betalen ook bij samenwonen of huwelijk met een ander. De man is in 2011 hertrouwd en onderhoudsplichtig geworden jegens stiefkinderen uit dat huwelijk, die beiden onder de wettelijke schuldsaneringsregeling vallen. Hij verzocht de alimentatie te verlagen, stellende dat zijn draagkracht is verminderd en dat de alimentatie niet langer aan de wettelijke maatstaven voldoet.
De rechtbank en het hof wezen het verzoek af, stellende dat partijen bewust zijn afgeweken van wettelijke maatstaven en dat art. 2.7 van het convenant ook een huwelijk met een ander omvat. De Hoge Raad bevestigt dat de rechter bij vaststelling van kinderalimentatie zelfstandig oordeelt, maar dat wijziging alleen mogelijk is bij relevante wijziging van omstandigheden die niet reeds in het convenant zijn verdisconteerd.
De Hoge Raad overweegt dat de bepaling in het convenant niet ziet op onderhoudsplicht jegens stiefkinderen en dat de draagkracht van de man in beginsel gelijkelijk moet worden verdeeld over alle onderhoudsgerechtigde kinderen en stiefkinderen, tenzij bijzondere omstandigheden anders rechtvaardigen. Tevens benadrukt de Hoge Raad dat de alimentatieplicht niet mag leiden tot een inkomen onder 90% van de toepasselijke bijstandsnorm. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor hernieuwde beoordeling, mede vanwege onvoldoende motivering over deze aspecten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor hernieuwde beoordeling terug.