ECLI:NL:PHR:2013:BZ0161
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt redelijke behoeftebepaling en terugbetalingsverplichting kinderalimentatie jongmeerderjarige
In deze zaak stond de alimentatie voor een jongmeerderjarig studerend kind centraal, waarbij de Hoge Raad oordeelde over de juiste bepaling van de behoefte en de terugbetalingsverplichting van te veel ontvangen alimentatie.
De feiten betreffen een zoon geboren in 1992, die meerderjarig werd tijdens de procedure en zijn moeder machtigde om namens hem te procederen. De rechtbank had een DNA-onderzoek bevolen en vastgesteld dat de man de verwekker was, waarna alimentatie werd vastgesteld. Het hof stelde de alimentatiebedragen lager vast dan de rechtbank en legde een terugbetalingsverplichting op aan de moeder en/of de zoon voor te veel betaalde alimentatie.
In cassatie werd geklaagd over de berekening van de behoefte, waarbij de moeder vond dat het hof onjuist was uitgegaan van het Rapport Alimentatienormen en niet van de hogere norm uit de Wet Studiefinanciering. De Hoge Raad oordeelde dat de norm uit de WSF slechts een richtsnoer is en dat de behoefte moet worden bepaald aan de hand van redelijkheid, waarbij het verschil tussen wat het kind redelijkerwijs nodig heeft en wat het kan verkrijgen centraal staat.
Daarnaast werd de terugbetalingsverplichting aangevochten. De Hoge Raad bevestigde dat terugbetaling mogelijk is, mits de rechter met behoedzaamheid omgaat met een terugwerkende kracht van de wijziging vanwege mogelijke ingrijpende gevolgen. Het hof had geen aanwijzingen dat terugbetaling onredelijk was, en de klacht hierover faalde.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het oordeel van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de beschikking van het hof over de alimentatie en terugbetalingsverplichting.