ECLI:NL:PHR:2013:BY9704
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overschrijding redelijke termijn en bewijsvoering in hoger beroep en cassatie
In deze zaak staat centraal de beoordeling van overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep en cassatie, alsmede de toepassing van het noodzakelijkheidscriterium bij het horen van getuigen. De verdachte had in hoger beroep verschillende verzoeken gedaan om getuigen te horen, waaronder politiefunctionarissen en een officier van justitie. Het hof wees deze verzoeken af, onder meer omdat de getuigen reeds eerder waren gehoord of omdat de verdediging afstand had gedaan van hun verhoor.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof het noodzakelijkheidscriterium terecht heeft toegepast, mede omdat er geen sprake was van omstandigheden die het redelijkerwijs onmogelijk maakten om getuigen binnen de termijn van het appelschriftuur op te geven. Ook oordeelt de Hoge Raad dat het hof terecht heeft vastgesteld dat de verdachte door zijn gedrag afstand deed van het horen van de getuigen, en dat dit niet in strijd is met het recht op een eerlijk proces zoals neergelegd in art. 6 EVRM Pro.
Voorts wordt geoordeeld dat de verdachte het recht op het laatst te spreken niet is geschonden, ondanks dat hij zichzelf verdedigde en zijn raadsvrouw de verdediging had neergelegd. De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest voor wat betreft de opgelegde straf en vermindert deze naar de gebruikelijke maatstaf, terwijl het beroep voor het overige wordt verworpen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor wat betreft de strafoplegging en de straf wordt verminderd, het beroep wordt voor het overige verworpen.