ECLI:NL:PHR:2013:BY0971
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid lid VvE voor kosten bestuursdwang gemeente
In deze zaak vordert de gemeente 's-Gravenhage betaling van kosten bestuursdwang van een lid van een Vereniging van Eigenaren (VvE) wegens gebreken aan gemeenschappelijke gedeelten van een pand. Na inspectie en meerdere aanschrijvingen aan de VvE, stelde de gemeente bestuursdwang in en maakte kosten voor herstel. De gemeente trachtte deze kosten pro rata bij het lid te verhalen op grond van hoofdelijke aansprakelijkheid volgens art. 5:113 lid 5 BW Pro.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat de aanschrijving aan de VvE was gericht en niet aan het lid als overtreder, waardoor het dwangbevel jegens het lid werd afgewezen. De gemeente startte daarop een civiele procedure tegen het lid, die in eerste aanleg werd toegewezen en in hoger beroep werd bekrachtigd. Het lid stelde cassatie in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen, onder meer omdat de gemeente terecht de hoofdelijke aansprakelijkheid van het lid voor de schulden van de VvE toepaste en het lid als overtreder in de zin van de oude Awb niet relevant was voor de civiele vordering. Ook werd geoordeeld dat de gemeente niet-ontvankelijk was verklaard op grond van een onjuiste benaming, niet terecht was. De formele rechtskracht van eerdere bestuursrechtelijke uitspraken stond het verhaal van kosten op het lid niet in de weg.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de hoofdelijke aansprakelijkheid van het VvE-lid voor de kosten bestuursdwang.