ECLI:NL:PHR:2013:BY0561
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen fraus legis bij kortdurend geregistreerd partnerschap ter ontduiking overdrachtsbelasting
De zaak betreft belanghebbende en X1 die in 2003 een geregistreerd partnerschap van één dag zijn aangegaan, waarbij tien onroerende zaken in gemeenschap van goederen werden gebracht en vervolgens verdeeld. De Belastingdienst legde naheffingsaanslagen overdrachtsbelasting en vergrijpboetes op wegens vermeende wetsontduiking (fraus legis). De Rechtbank oordeelde dat naheffing terecht was, maar vernietigde de boetes vanwege een pleitbaar standpunt. Het Hof Arnhem stelde belanghebbende in het gelijk en verwierp de naheffing.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in en voerde aan dat het Hof ten onrechte oordeelde dat geen strijd met doel en strekking van de Wet BvR bestond. De Hoge Raad overwoog dat de constructie van belanghebbende reeds bij invoering van het geregistreerd partnerschap en de fiscale gelijkstelling met het huwelijk voor de hand lag en dat de wetgever ondanks waarschuwingen geen maatregelen heeft getroffen. De Hoge Raad bevestigde dat boedelmenging en verdeling van een gemeenschap geen overdrachtsbelastingplichtige verkrijging vormen, ook niet indien het partnerschap slechts van korte duur was en uitsluitend antifiscale motieven had.
Hoewel de constructie kunstmatig en van elk reëel belang ontbloot was, leidde dit niet tot strijd met doel en strekking van de wet. De Hoge Raad benadrukte dat fraus legis slechts kan worden toegepast indien het handelen in strijd is met doel en strekking van de wet en het motief volstrekt overwegend antifiscaal is, en dat niet elke kunstmatigheid daartoe leidt. De Hoge Raad liet de reparatie van deze situatie over aan de wetgever en verklaarde het cassatieberoep ongegrond.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard; geen fraus legis bij kortdurend geregistreerd partnerschap ter ontduiking overdrachtsbelasting.