ECLI:NL:PHR:2013:BY0547
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schadeloosstelling bij vervroegde onteigening en beoordeling complexwaarde
In deze zaak staat de vaststelling van de schadeloosstelling centraal na vervroegde onteigening van percelen ten behoeve van de aanleg van een aansluiting op de Rijksweg A12. De eigenaar betwistte de onteigening en voerde aan dat de waarde van de onteigende grond als onderdeel van een complex moest worden gewaardeerd, vanwege de functionele en geografische samenhang met het gebied Leidsche Rijn.
De rechtbank verwierp dit standpunt en volgde het advies van deskundigen die uitgingen van een agrarische waarde. De Hoge Raad bevestigt dat de beoordeling van complexwaarde afhangt van functionele, geografische en financiële samenhang, die in onderlinge samenhang moeten worden beschouwd. De rechtbank heeft dit naar behoren gedaan en haar oordeel is niet onbegrijpelijk. Ook de toekenning van een premie uit handen breken en de afwijzing van omrijschadevergoeding zijn gemotiveerd.
Verder is de inkomensschade berekend op basis van een rentepercentage van 4%, wat gangbaar is voor onbebouwde grond. De Hoge Raad verwerpt het beroep op een lager marktrentepercentage. Ten aanzien van de waardevermindering van het overblijvende bevestigt de Hoge Raad dat de rechtbank voldoende onderzoek heeft gedaan en dat de toegekende vergoeding redelijk is.
De proceskostenveroordeling wordt deels vernietigd omdat de rechtbank onjuiste rechtsopvattingen hanteerde over de vergoeding van kosten in de eerste fase van het onteigeningsgeding. De Hoge Raad adviseert een splitsing van de kostenvergoeding toe te passen, waarbij de Staat alleen de kosten van rechtsbijstand na het vonnis van 24 september 2008 moet vergoeden.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de waardering van de onteigende grond zonder complexwaarde en vernietigt deels de proceskostenveroordeling.