ECLI:NL:PHR:2013:BX9906
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Betaling van heffingsrente door werknemer aan werkgever vormt geen negatief loon
Belanghebbende, werknemer van A, betaalde aan B B.V. (dochtervennootschap van A) een bedrag aan heffingsrente dat B B.V. aan de Belastingdienst verschuldigd was vanwege een naheffingsaanslag loonbelasting. De vraag was of deze betaling als negatief loon kon worden aangemerkt.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat de heffingsrente een schuld van de werkgever is en dat de betaling door belanghebbende aan B B.V. niet voortvloeit uit de dienstbetrekking, maar uit praktische afspraken en een keuze van de werknemer. De heffingsrente is een compensatie voor het rentenadeel van de Staat en vormt geen loonbestanddeel.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat voor negatief loon vereist is dat de betaling haar grond vindt in de dienstbetrekking. Het enkele feit dat de betaling achterwege zou zijn gebleven zonder dienstbetrekking is onvoldoende. De bewijslast dat de betaling uit hoofde van de dienstbetrekking plaatsvond, rust op belanghebbende, die dit niet heeft kunnen aantonen. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de betaling van heffingsrente door de werknemer aan de werkgever geen negatief loon vormt.