Conclusie
eerste middelklaagt over schending van de redelijke termijn in de cassatiefase.
tweede middelbehelst de klacht dat het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 22 september 2011 in strijd met het bepaalde in art. 327 Sv Pro niet door de voorzitter is ondertekend.
LJNBH7296, onder omstandigheden herstelbaar kan zijn, heb ik aan de voorzitter, mr. A.M. van Woensel, de vraag laten voorleggen of het proces-verbaal van de terechtzitting alsnog door haar kan worden ondertekend.
derde middelklaagt dat de artikelen 314 en 314a Sv juncto 415 Sv zijn geschonden, op de grond dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd heeft verworpen het verweer strekkende tot nietigverklaring van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg, doordat de rechtbank niet heeft voldaan aan het voorschrift van art. 314 Sv Pro (oud).
vordering(cursivering steller van het middel) iets anders is dan de
toewijzingvan een vordering (tot toelating van een) nadere omschrijving tenlastelegging. De verdachte wist en kon niet weten dat zijn zaak ter terechtzitting in hoger beroep op 27 juli 2005 ineens over een ander feit ging dan waarvoor hij was gedagvaard, aldus de steller van het middel. Voorts wordt gesteld dat aan de betekening van de vordering een gebrek kleefde.