ECLI:NL:PHR:2013:894
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende motivering opzet bij overtreding vervoer gevaarlijke stoffen
Verdachte werd door het gerechtshof ’s-Gravenhage veroordeeld voor het opzettelijk overtreden van artikel 5 van Pro de Wet vervoer gevaarlijke stoffen door het niet naleven van voorschriften bij het laden van benzine op een tankduwbak. Het hof oordeelde dat verdachte toezicht hield op de belading en bewust de kans aanvaardde dat gasmengsels niet via een leiding naar de wal werden afgevoerd.
De verdediging voerde onder meer aan dat het hof onvoldoende bewijs had geleverd voor het opzet en dat verdachte niet als dader kon worden aangemerkt omdat hij zich op de duwboot bevond en niet aan dek van de duwbak. De Hoge Raad stelde vast dat het hof niet met voldoende nauwkeurigheid had gemotiveerd op welke bewijsmiddelen het toezicht en het opzet waren gebaseerd.
Daarnaast was onduidelijk hoe de functionele verhoudingen tussen verdachte en de stuurman waren en of aan de voorwaarden voor functioneel daderschap was voldaan. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof om opnieuw te oordelen over het bestaande hoger beroep.
De zaak betreft complexe regelgeving omtrent het vervoer van gevaarlijke stoffen, waaronder het ADNR en de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen, die voorschrijven dat gasmengsels bij het laden via een leiding naar de wal moeten worden afgevoerd. Het hof had geoordeeld dat het niet controleren van de tankdeksels door verdachte een aanmerkelijke kans op overtreding inhield, maar de Hoge Raad vond de motivering daarvoor onvoldoende.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van het opzet en daderschap; de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.