ECLI:NL:PHR:2013:871
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over strafbaarheid en bewijs bij illegale handel beschermde vogels
Verdachte werd door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot een werkstraf van 60 uur wegens het opzettelijk bezitten en verhandelen van beschermde inheemse vogelsoorten in de periode 2005-2009. Tevens werden voorwerpen zoals vangkooien en muizenlijm onttrokken aan het verkeer.
Verdachte stelde cassatie in tegen het oordeel van het hof, met onder meer het verweer dat het hof onrechtmatig tot bewijs had gekomen door een onrechtmatige machtiging tot het opnemen van telecommunicatie, en dat wetswijzigingen de strafbaarheid van zijn handelen uitsloten. Verder werd een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel en werd geklaagd over de redelijke termijn.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht het bewijs had toegelaten, omdat het afluisteren niet voor bewijs was gebruikt en de verdenking van ernstige milieumisdrijven voldoende was. De wetswijziging inzake pootringen leidde niet tot ontslag van rechtsvervolging, omdat de gebruikte ringen niet aan de nieuwe eisen voldeden. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde wegens gebrek aan vergelijkingsmateriaal. De onttrekking van de voorwerpen was gerechtvaardigd vanwege het algemeen belang. De overschrijding van de redelijke termijn werd vastgesteld, maar leidde niet tot strafvermindering.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de werkstraf van 60 uur blijft onverminderd van kracht.