Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het derde middel
3.Beoordeling van het tweede, het vierde en het vijfde middel
4.Beoordeling van het eerste middel
5.Beslissing
8 oktober 2013.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 8 oktober 2013 het beroep in cassatie verworpen tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. De verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk onder zich hebben en verhandelen van beschermde inheemse vogelsoorten in strijd met de Flora- en Faunawet.
De kern van het geschil betrof de vraag of een latere wijziging van de Regeling afgifte en kenmerken gesloten pootringen, die per 1 juli 2009 een ruimere ringmaat toeliet, van toepassing was op vóór die datum gepleegde feiten. De verdediging stelde dat deze wijziging een nieuw wettelijk inzicht weerspiegelde waardoor strafbaarheid zou zijn komen te vervallen.
De Hoge Raad oordeelde dat de wijziging niet voortvloeit uit een gewijzigd inzicht van de wetgever omtrent de strafwaardigheid van de vóór de wijziging gepleegde feiten, maar gericht is op praktische knelpunten bij het ringen van vogels. Het hof had dit oordeel voldoende gemotiveerd en het cassatiemiddel faalde. Tevens werd geoordeeld dat de redelijke termijn in cassatie was overschreden, maar zonder gevolgen voor de uitspraak.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt strafrechtelijke aansprakelijkheid ondanks wijziging ringmaatregeling; cassatieberoep verworpen.