Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het Hof de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten door iets anders bewezen te verklaren dan ten laste is gelegd. Inderdaad is ten laste van de verdachte bewezen verklaard dat hij – kort gezegd – op 12 september 2009 onverzekerd heeft gereden terwijl ten laste was gelegd dat hij dit exact twee jaar eerder, op 12 september 2007 had begaan. Dat het hier een kennelijke vergissing betreft blijkt onder meer uit de uitspraak van de Rechtbank te Leeuwarden, sector Kanton te Heerenveen van 21 januari 2009, al is in de aantekening mondeling vonnis geen pleegdatum opgenomen. Uit de datum waarop het vonnis is gewezen blijkt echter dat de pleegdatum niet 12 september 2009 – dus enkele maanden ná de uitspraak – kan zijn geweest. Ook de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen wijzen op een kennelijke vergissing in de bewezenverklaring. Het proces-verbaal dat op 5 maart 2008 is opgemaakt door een buitengewoon opsporingsambtenaar wijst 12 september 2007 aan als pleegdatum terwijl ook de eveneens door het Hof gebezigde print uit het kentekenregister wijst op 12 september 2007 als datum waarop het bewezenverklaarde feit is begaan.
tweede middel, dat klaagt over het ontbreken van bewijsmiddelen waaruit kan volgen dat het feit op 12 september 2009 is gepleegd, feitelijke grondslag. Uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen volgt dat de verdachte op 12 september 2007 onverzekerd heeft gereden zoals het Hof ook bewezen heeft verklaard. Het middel faalt.
derde middelhoudt de klacht in dat de bewezenverklaring onverenigbaar is met het feit dat de personenauto die de verdachte niet verzekerd zou hebben, op 12 september 2009 reeds in beslag was genomen nu de Kantonrechter te Heerenveen bij vonnis van 19 april 2008 de verbeurdverklaring van de personenauto had uitgesproken toen hij wederom wegens onverzekerd rijden was veroordeeld. Ook dit middel mist feitelijke grondslag nu de verdachte onverzekerd heeft gereden vóórdat de verbeurdverklaring van de betreffende personenauto werd uitgesproken. Het middel faalt.
vierde middelbetreft de tenuitvoerlegging van twee door de Kantonrechter te Leeuwarden op 19 april 2008 opgelegde geldboetes. In de toelichting op het middel wordt terecht gesteld dat Hof de tenuitvoerlegging niet had mogen gelasten omdat het feit waarvoor de verdachte thans terecht staat, is begaan vóórdat de uitspraak is gedaan waarbij de voorwaardelijke straffen werd opgelegd zodat het geen grond kan zijn om de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straffen te gelasten.