ECLI:NL:PHR:2013:584
Parket bij de Hoge Raad
- Mr. Hofstee
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid vervolging bij klachtdelict belaging ondanks onduidelijke klacht
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te ’s-Gravenhage dat het vonnis van de Rechtbank Rotterdam bevestigde. Verzoeker was veroordeeld voor belaging en laster, met een gevangenisstraf van twaalf maanden waarvan twee voorwaardelijk.
Het centrale geschilpunt was de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging van het klachtdelict belaging. Verdediging stelde dat de vereiste klacht ontbrak omdat in het dossier enkel een klacht voor laster aanwezig was en niet specifiek voor belaging.
De Hoge Raad overwoog dat een klacht niet per se een specifieke strafrechtelijke kwalificatie hoeft te bevatten en dat aangiften die betrekking hebben op andere feiten dan het klachtdelict als klacht kunnen dienen wanneer zij materieel betrekking hebben op het strafbare feit. Ook het starten van een artikel 12-procedure door de aangever versterkt de conclusie dat de vervolgingswens aanwezig is.
De Hoge Raad verwierp het middel en bevestigde de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, waarmee het cassatieberoep werd afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het Openbaar Ministerie is ontvankelijk in de vervolging voor belaging.