ECLI:NL:PHR:2013:53
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ondeugdelijke motivering hoger beroep
De zaak betreft een jeugdzaak waarin het cassatieberoep is ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 26 juli 2012. Het hof had het hoger beroep van de verdachte niet-ontvankelijk verklaard omdat de motivering van het hoger beroep ondeugdelijk en niet juist was. Namens de verdachte werd tijdig een schriftuur met één middel van cassatie ingediend.
De Hoge Raad overwoog dat het middel zich tevergeefs keerde tegen het oordeel van het hof. Het hof had bij gebrek aan initiatief van de verdachte om de juistheid van de door de advocaat afgelegde verklaring over diens volmacht te bestrijden, geen onderzoek had mogen doen naar die juistheid. De advocaat had verklaard dat hij door de verdachte bepaaldelijk was gevolmachtigd tot het instellen van beroep.
De Procureur-Generaal stelde dat het cassatieberoep met toepassing van artikel 80a van het Wetboek van Rechtsvordering niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Dit betekent dat het beroep geen inhoudelijke behandeling krijgt omdat het niet aan de formele vereisten voldoet. De Hoge Raad bevestigde hiermee de beslissing van het hof en wees het cassatieberoep af op niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ondeugdelijke motivering van het hoger beroep.