ECLI:NL:PHR:2013:2392

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
10 december 2013
Publicatiedatum
14 januari 2014
Zaaknummer
12/02632
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens gebrek aan motivering tenuitvoerlegging voorwaardelijke straffen

Het cassatieberoep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof Leeuwarden, waarbij het Hof de tenuitvoerlegging van eerder opgelegde voorwaardelijke straffen heeft gelast zonder deze beslissing te motiveren. De Hoge Raad verwijst naar een eerdere gedeeltelijke vernietiging van een arrest betreffende dezelfde verdachte. Het Hof heeft in zijn beslissing verwezen naar eerdere gronden en arresten, waaronder een arrest van 8 september 2009, waarin het duidelijkheid gaf over de tenuitvoerlegging van arresten.

De Hoge Raad overweegt dat de beslissingen van het Hof over de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straffen reeds onherroepelijk waren geworden en dat het cassatieberoep daarom niet kan leiden tot vernietiging. De klacht dat het Hof niet heeft gemotiveerd wordt niet gegrond verklaard, omdat de tenuitvoerlegging buiten het cassatieberoep valt.

Op grond hiervan stelt de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad voor het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren conform artikel 80a van het Wetboek van Rechtsvordering. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld maar wordt afgewezen vanwege procedurele redenen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan motivering en onherroepelijkheid van de tenuitvoerlegging.

Conclusie

Mr Jörg

Nr. 12/02632
Zitting 10 december 2013
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het cassatie beroep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof Leeuwarden. De Hoge Raad heeft eerder een arrest betreffende de verdachte gedeeltelijk vernietigd (HR 31 mei 2011, ECLI:NL:HR: 2011:BQ0050). Namens de verdachte is tijdig een cassatiemiddel voorgesteld.
2. Het middel bevat de klacht dat het Hof de tenuitvoerlegging heeft gelast van eerder opgelegde voorwaardelijke straffen, zonder die beslissing te motiveren.
3. Zoals in het middel valt te lezen heeft het Hof die beslissingen “ten overvloede" gegeven. Het gaat om beslissingen die reeds onherroepelijk waren geworden doordat de cassatie van 's Hofs arrest niet betrekking had op deze beslissingen. Op p. 6 van het onderhavige arrest verwijst het Hof naar zijn arrest van 8 september 2009. Het is ingegaan op een uitnodiging van de advocaat-generaal tot het verschaffen van duidelijkheid aan degenen die met de tenuitvoerlegging van de arresten van het Hof zijn belast.
4. Het voorgaande brengt mee dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
5. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
Waarnemend A-G