Conclusie
eerste middelwordt geklaagd over een misslag in de kwalificatie. Aangezien die misslag onmiskenbaar is en zonder enige consequentie voor de overige in deze zaak genomen (eind)beslissingen kan worden hersteld door verbeterde lezing als hiervoor vermeld, kan het middel in zoverre bij gebrek aan belang niet tot cassatie leiden.
tweede middelbevat primair de klacht dat het Hof nader had moeten motiveren waarom de aan het voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf verbonden bijzondere voorwaarde dadelijk uitvoerbaar is, en de subsidiaire klacht dat de strafoplegging in dit opzicht onverenigbaar is met het legaliteitsbeginsel omdat het huidige art. 14e Sr, in werking getreden nadat het in deze zaak berechte feit is begaan, zich niet leent voor toepassing met terugwerkende kracht.