Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
28 januari 2014.
Hoge Raad
Op 28 januari 2014 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte verworpen. Het beroep was ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 20 december 2012 in een strafzaak. Namens verdachte diende mr. J.S. Nan middelen van cassatie in, welke door de waarnemend Advocaat-Generaal J. Wortel werden bestreden met een conclusie tot verwerping.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering was geen nadere motivering vereist, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest werd gewezen door vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.F. Groos. Het vonnis werd uitgesproken in een openbare terechtzitting. Hiermee bleef het arrest van het gerechtshof ongewijzigd in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.