ECLI:NL:PHR:2013:2307
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest afpersing en diefstal wegens onvoldoende motivering bewijswaardering
Het Gerechtshof Arnhem heeft verdachte veroordeeld voor afpersing, gekwalificeerde diefstal en poging tot afpersing, waarbij het bewijs mede steunde op verklaringen van het slachtoffer en een getuige. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen het oordeel van het hof over de betrouwbaarheid van deze verklaringen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet verplicht was om nader te motiveren waarom het afweek van het standpunt dat de verklaringen van het slachtoffer onbetrouwbaar zouden zijn, omdat het hof voldoende aanknopingspunten bood en de verklaringen werden ondersteund door andere bewijsmiddelen. Dit middel faalde.
Echter, het hof had niet voldoende gemotiveerd waarom het afweek van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van verdachte dat de verklaring van de getuige onbruikbaar was vanwege een datumverschil. Dit vormde een schending van art. 359 lid 2 Sv Pro, waardoor het tweede middel slaagde.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling op basis van het bestaande dossier. Een door de benadeelde partij ingediend middel behoefde geen bespreking meer.
Uitkomst: Het arrest van het Gerechtshof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.