ECLI:NL:PHR:2013:1961
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake draagkrachtverweer bij ontnemingsmaatregel
De veroordeelde stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem van 21 december 2011, waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld op €4.139,95 en de veroordeelde werd verplicht aan de Staat €4.000,- te betalen.
Het cassatiemiddel richtte zich tegen de afwijzing van het beroep op ontbreken van draagkracht. Het hof had geoordeeld dat niet aannemelijk was geworden dat de veroordeelde niet in staat was het bedrag te voldoen en dat matiging van het ontnemingsbedrag daarom niet aan de orde was. Tevens wees het hof erop dat bij gebrek aan draagkracht in de executiefase daarop kon worden teruggekomen.
De Hoge Raad overwoog dat het oordeel van het hof niet onjuist was en dat de beslissing begrijpelijk was. Het verweer dat de veroordeelde een verzoek tot schuldsanering had ingediend, was onvoldoende om betalingsonmacht aan te nemen. Bovendien zou toewijzing van dit verweer juridisch onhoudbaar zijn omdat betalingsverplichtingen uit strafvonnissen zijn opgenomen in de afwijzingsgronden van de Faillissementswet. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsmaatregel blijft onverminderd van kracht.