ECLI:NL:PHR:2013:1779
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onjuiste toepassing consultatierecht verdachte
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor ontucht met een minderjarige. Het hof had geoordeeld dat er geen vormverzuim was omdat verdachte voorafgaand aan zijn eerste verhoor contact had gehad met een advocaat en dat daarom de verklaring van verdachte gebruikt mocht worden als bewijs.
De verdediging stelde dat het Salduz-arrest (EHRM) en de daaropvolgende jurisprudentie vereisen dat een verdachte voorafgaand aan het eerste verhoor expliciet op zijn recht op advocaat wordt gewezen, en dat het ontbreken daarvan een vormverzuim oplevert dat leidt tot bewijsuitsluiting. De Hoge Raad bevestigt dat dit recht niet kan worden vervangen door een voorafgaand contact met een advocaat, zeker niet als niet is gebleken dat verdachte ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van dit recht.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door te veronderstellen dat het voorafgaande contact met een advocaat het informeren over het consultatierecht kan vervangen. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor een nieuwe beoordeling met inachtneming van het juiste recht. De overige middelen blijven buiten beschouwing.
Deze uitspraak benadrukt het belang van het expliciet informeren van verdachte over zijn recht op raadpleging van een advocaat voorafgaand aan het eerste verhoor en bevestigt de strikte toepassing van het Salduz-arrest in het Nederlandse strafprocesrecht.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onjuiste rechtsopvatting over het consultatierecht van verdachte voorafgaand aan het eerste verhoor.