ECLI:NL:PHR:2013:1379
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Belanghebbenden bij machtigingsprocedure opheffing huwelijkse voorwaarden onderbewindstelling
Deze zaak betreft een verzoek tot machtiging op grond van artikel 1:441 lid 2 BW Pro voor de opheffing van huwelijkse voorwaarden van de rechthebbende, die onder bewind staat. De zoons van de rechthebbende stelden zich op het standpunt dat zij als belanghebbenden in de zin van artikel 798 Rv Pro ontvankelijk waren in hun hoger beroep tegen de machtigingsbeschikking van de kantonrechter.
Het hof verklaarde de zoons niet-ontvankelijk, stellende dat een machtigingsprocedure als bedoeld in artikel 1:441 lid 2 BW Pro geen zaak van onderbewindstelling is in de zin van artikel 798 lid 2 Rv Pro, en dat alleen de rechthebbende en de bewindvoerder belanghebbenden zijn. De zoons kwamen hiertegen in cassatie.
De Hoge Raad bevestigt dat de kring van belanghebbenden bij machtigingsprocedures beperkt is, maar nuanceert dit oordeel. Gelet op de ingrijpende aard van de opheffing van huwelijkse voorwaarden, die het vermogen en de bestuursbevoegdheid van de rechthebbende raakt, acht de Hoge Raad het redelijk de zoons als belanghebbenden aan te merken in deze specifieke procedure. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor verdere behandeling met inachtneming van deze overweging.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug waarbij de zoons als belanghebbenden worden aangemerkt.