Conclusie
[verdachte]
als verklaring van [slachtoffer]:
Parket bij de Hoge Raad
Het gerechtshof Arnhem heeft verdachte veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf wegens mishandeling van zijn levensgezel en diefstal. Het slachtoffer had aanvankelijk belastende verklaringen afgelegd, maar trok deze later in tijdens de zitting. Het hof baseerde de bewezenverklaring op de eerste verklaringen van het slachtoffer, ondersteund door diverse onafhankelijke bewijsmiddelen zoals getuigenverklaringen, medische rapporten en een geluidsopname.
In cassatie werd aangevoerd dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het de latere ontlastende verklaringen van het slachtoffer niet volgde. De Hoge Raad oordeelt echter dat de beoordeling van de betrouwbaarheid en waardering van bewijsmateriaal aan de feitenrechter is voorbehouden en dat het hof zijn oordeel voldoende heeft gemotiveerd.
De Hoge Raad verbetert de kwalificatie van het feit door de term 'levensgezel' te schrappen, maar verwerpt het cassatieberoep verder. Daarmee blijft de veroordeling van verdachte wegens mishandeling in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor mishandeling blijft in stand.