ECLI:NL:PHR:2012:BY8731
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling omzetbelasting voor beheer vastgoedvennootschappen als gemeenschappelijke beleggingsfondsen
Belanghebbende, een fiscale eenheid, verrichtte via managementovereenkomsten diensten voor vastgoedvennootschappen die beleggen in onroerende zaken. De vraag was of deze diensten onder de btw-vrijstelling voor het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen vallen.
De vastgoedvennootschappen brachten vermogen van verschillende beleggers bijeen en keren dividend uit, waardoor zij als beleggingsmaatschappijen in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 kunnen worden aangemerkt. De Hoge Raad bevestigt dat het beleggen in onroerende zaken niet uitsluit dat sprake is van een gemeenschappelijk beleggingsfonds.
De kern van de zaak betrof de uitleg van het begrip 'beheer'. Uit jurisprudentie van het Hof van Justitie volgt dat beheer diensten omvat die specifiek zijn voor gemeenschappelijke beleggingsfondsen, waaronder beslissingen over aan- en verkoop van beleggingen en administratieve diensten die daarmee samenhangen. De Hoge Raad oordeelt dat de door belanghebbende verrichte diensten, waaronder het bestuur en het financiële beheer van de vastgoedvennootschappen, onder deze vrijstelling vallen.
De conclusie is dat het beroep in cassatie van de staatssecretaris van Financiën ongegrond is, waarmee de btw-vrijstelling voor het beheer van deze vastgoedvennootschappen wordt bevestigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de btw-vrijstelling voor het beheer van de vastgoedvennootschappen wordt bevestigd.