ECLI:NL:GHAMS:2003:AO2323
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Loon
- Kostense
- De Korte
- Rechtspraak.nl
Vaststelling aftrekbare giften in de vorm van lijfrentetermijnen bij inkomstenbelasting
Belanghebbende had in 1998 en 1999 meerdere lijfrentetermijnen geschonken aan een stichting, met een verplichting tot betaling over vijf kalenderjaren. De inspecteur stelde dat de feitelijke duur van de lijfrente slechts drie jaar en vier maanden bedroeg, waardoor niet aan de vijfjaarsvereiste van artikel 47, tweede lid, Wet op de inkomstenbelasting 1964 werd voldaan.
Het Hof stelde vast dat de termijnen weliswaar een kortere feitelijke duur hadden, maar dat zij in vijf verschillende kalenderjaren werden betaald. De parlementaire toelichting en de doelstelling van de wet ondersteunen de opvatting dat de eis van vijf jaar ook kan worden ingevuld als vijf kalenderjaren met jaarlijkse betalingen, zonder dat sprake is van manipulatie.
Verder oordeelde het Hof dat de door belanghebbende verstrekte geldlening aan de stichting en de afgesloten overlijdensrisicoverzekeringen niet betekenen dat de aanspraken op de lijfrentetermijnen tot voorwerp van zekerheid zijn gemaakt, wat de aftrekbaarheid niet uitsluit.
Daarom vernietigde het Hof de uitspraak van de inspecteur, stelde het belastbare inkomen vast op nihil en het verlies op ƒ 88.490. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag wordt verminderd tot nihil met vaststelling van het verlies op ƒ 88.490.