ECLI:NL:PHR:2012:BY3291
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen hoorplicht rechter-commissaris bij hoger beroep tegen beschikking curator in faillissement
Verzoeker tot cassatie is in 2008 failliet verklaard en betwist de verkoop van een dubbele woning uit de faillissementsboedel door de curator. De curator verkocht het onroerend goed onder de opschortende voorwaarde dat toestemming van de rechter-commissaris of rechter werd verkregen. Verzoeker vond de koopprijs te laag en wilde uitvoering van de overeenkomst voorkomen.
De curator werd door de koper aangespoord tot medewerking aan levering, maar verzoeker vroeg de rechter-commissaris en later de rechtbank om de curator te verbieden tot medewerking. Deze verzoeken werden afgewezen, waarna verzoeker tegen de uitspraken van de rechtbank in hoger beroep cassatie instelde.
De kern van het cassatieberoep was dat de rechtbank de rechter-commissaris niet had gehoord, terwijl art. 65 Fw Pro dit zou vereisen. De Hoge Raad oordeelt dat art. 65 Fw Pro niet van toepassing is bij hoger beroep tegen een schriftelijke beschikking van de rechter-commissaris krachtens art. 69 Fw Pro. De rechtbank neemt de mening van de rechter-commissaris immers al in de beschikking mee.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de rechtbank niet gehouden is tot hoorzitting van de rechter-commissaris in hoger beroep op grond van art. 67 Fw Pro. Hiermee wordt de afwijzing van verzoekers bezwaren tegen de curator bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de rechtbank was niet gehouden de rechter-commissaris te horen bij hoger beroep tegen de beschikking van de rechter-commissaris.