ECLI:NL:PHR:2012:BY1209
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ongeldigheid ontslag op staande voet wegens niet-naleving gedragsregels arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft het ontslag op staande voet van een werknemer bij ABN AMRO wegens het niet doorgeven van het verpleegadres tijdens ziekte en het niet verschijnen bij de bedrijfsarts. De werknemer was sinds 2001 in dienst en bevond zich in een employability-traject na een reorganisatie. Zij meldde zich ziek op 24 mei 2006 terwijl zij bij haar zuster verbleef, maar gaf dit verpleegadres niet door, wat in strijd was met de gedragsregels bij arbeidsongeschiktheid.
ABN AMRO stelde dat het ontslag gerechtvaardigd was vanwege het niet naleven van de gedragsregels en het niet verschijnen bij de bedrijfsarts, met als gevolg loonopschorting. De werknemer voerde aan dat er geen dringende reden was voor ontslag en dat zij psychische klachten had die haar verhinderden te reizen. De rechtbank wees de loonvordering van ABN AMRO af, maar het hof vernietigde dit vonnis en wees de loonvordering van de werknemer toe.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat het ontslag op staande voet niet gerechtvaardigd is. Het hof heeft de gedragsregels en de omstandigheden van het geval, waaronder de psychische gesteldheid van de werknemer en haar bereikbaarheid, voldoende meegewogen. Ook acht het hof de gevolgen van het ontslag voor de werknemer zwaarwegend. De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn motivering niet heeft verzuimd en dat de beoordeling van de dringende reden aan het hof is voorbehouden. De loonvordering van de werknemer wordt toegewezen, ook al ontbrak een deskundigenverklaring, omdat het een verklaring voor recht betreft in een kortgedingprocedure.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is niet gerechtvaardigd en de werknemer heeft recht op doorbetaling van loon.