ECLI:NL:PHR:2012:BY0251
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgevolg van niet-tijdige aankondiging ontnemingsvordering door officier van justitie
In deze zaak staat centraal de vraag welk rechtsgevolg verbonden moet worden aan het verzuim van de officier van justitie om tijdig kenbaar te maken dat hij voornemens is een ontnemingsvordering in te dienen, zoals vereist in art. 311 Sv Pro. Het hof had geoordeeld dat dit verzuim een onherstelbaar vormverzuim oplevert en dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard. De Hoge Raad herhaalt eerdere jurisprudentie en stelt dat dit oordeel onjuist is, mede omdat de wetgever geen expliciet rechtsgevolg aan dit verzuim heeft verbonden.
De Hoge Raad benadrukt dat de verplichting tot aankondiging een waarborgfunctie heeft voor de rechtszekerheid van de betrokkene, maar dat het proces-verbaal van de terechtzitting niet de enige bron is waaruit bekendheid met het voornemen kan blijken. In dit geval was de betrokkene pas na het vonnis van eerste aanleg op de hoogte gesteld, terwijl het vonnis nog niet onherroepelijk was en er hoger beroep was ingesteld.
De Hoge Raad stelt dat de rechter bij de beoordeling van de ontnemingsvordering moet nagaan in welke mate de betrokkene door het verzuim in zijn belangen is geschaad. Afhankelijk daarvan kunnen verschillende rechtsgevolgen worden verbonden, variërend van een enkele constatering van het verzuim tot vermindering van het op te leggen ontnemingsbedrag. Niet-ontvankelijkheid is slechts in uitzonderlijke gevallen aan de orde.
Het hof heeft in deze zaak geoordeeld dat het verzuim slechts in geringe mate tot belangenbeschadiging heeft geleid, mede omdat de betrokkene tijdig op de hoogte werd gesteld en hoger beroep had ingesteld. De Hoge Raad acht dit oordeel begrijpelijk en wijst het cassatiemiddel af. Tevens bevestigt de Hoge Raad dat de ontnemingsprocedure een voortzetting is van de strafprocedure en geen strijd oplevert met het ne bis in idem-beginsel.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het niet tijdig aankondigen van een ontnemingsvordering niet automatisch leidt tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.